Sociaal competentiemodel

Het sociaal competentiemodel binnen Tjallingahiem
Na een ‘reorganisatie’ in 2002 is door het management en de behandelverantwoordelijken de keuze gemaakt voor een totale invoering van het sociaal competentiemodel voor het gehele orthopedagogische behandelklimaat (zowel ambulant als residentieel) van Tjallingahiem.

Wat houdt het competentiemodel nu eigenlijk in?  
We noemen cliënten competent wanneer ze in het dagelijks leven over voldoende vaardigheden beschikken om de taken waarmee zij in het dagelijks leven worden geconfronteerd op adequate wijze kunnen vervullen. Competentie kan men daarbij zien als een balans. Aan de ene kant van de balans staan de taken. Aan de andere kant staan de vaardigheden. In het ideale geval staat de balans in evenwicht. Dit betekent dan dat een cliënt is opgewassen tegen de taken waarvoor hij staat. Hij heeft de juiste benodigde vaardigheden. Bij de kinderen en jongeren waarmee wij werken is sprake van een onbalans; vaak zijn zij niet opgewassen tegen de taken waarvoor zij in het dagelijks leven staan, vanwege hun lichte verstandelijke beperking, ongunstige opvoedingssituatie, gedragsproblemen, ontwikkelingsproblemen en mogelijke stoornissen.
Bezit een kind of jongere niet alle vaardigheden, dan zijn de taken te zwaar en is er sprake van een onbalans.

Veel van de taken waarvoor de kinderen en jongeren staan, noemen we zogenaamde ontwikkelingstaken. Ontwikkelingstaken zijn thema’s die karakteristiek zijn voor een bepaalde fase en die van de persoon bepaalde gedragingen vragen. Ontwikkelingstaken worden bepaald door veranderingen die op biologisch, psychisch en sociaal gebied plaats vinden bij het vorderen van de leeftijd. Ontwikkelingstaken zijn qua tijd en cultuur bepaald. Vaardigheden die we nu als adequaat zien kunnen over 10 jaar wel heel anders beoordeeld worden.
Tjallingahiem onderscheidt de volgende ontwikkelingstaken voor de doelgroep licht verstandelijk gehandicapte en zwakbegaafde jongeren met gedragsproblemen:

   1. Vormgeven aan veranderende relaties binnen het gezin
   2. Rekening houden met anderen
   3. Participeren in onderwijs en werk
   4. Hebben en onderhouden van sociale contacten en vriendschappen
   5. Verantwoordelijkheid nemen voor het eigen gedrag en in het bijzonder voor hun probleemgedrag
   6. Verantwoordelijkheden nemen in de woonsituatie
   7. Gebruik kunnen maken van basale infrastructuren
   8. Zinvol invullen van vrije tijd
   9. Omgaan met autoriteiten en instanties
  10. Zorgdragen voor gezondheid en uiterlijk
  11. Vormgeven aan intimiteit en seksualiteit
  12. Het bepalen van de een eigen identiteit binnen twee culturen
  13. Bepalen van autonomie.

Er zijn verschillende factoren die een negatieve invloed hebben op de balans van taken en vaardigheden:

Stressoren:
Dit zijn invloeden waaraan men zich niet of moeilijk kan onttrekken en die een negatieve invloed uitoefenen op het functioneren. Voorbeelden hiervan zijn : een verkeersongeluk krijgen, zakken voor je examen, je baan kwijt raken, verlies van een geliefd persoon, uitstoting uit maatschappelijke verbanden, opname onder drang (OTS met gedwongen uithuisplaatsing) of ongunstige opvoedingssituatie.

Psychopathologie
Onder psychopathologie verstaan we een binnen de geldende cultuur ongebruikelijk patroon van gedachten, gevoelens en/of gedragingen die gepaard gaat met:

  • leed in de vorm van angst, pijn of verdriet bij de persoon zelf of bij anderen
  • een minder goed functioneren, en/of
  • een groter risico om in aanraking te komen met lijden, de dood of vrijheidsverlies (vgl. DSM-IV; APA, 1994).

In dit verband wordt ook wel van een stoornis gesproken. Het spreekt vanzelf dat de genoemde ontwikkelingstaken moeilijker te vervullen zijn wanneer er bij een cliënt sprake is van psychopathologie. Denk bij de kinderen en jongeren die binnen Tjallingahiem zijn opgenomen aan: licht verstandelijke beperking, ADHD, Autisme Spectrum Stoornissen (ASS), gedragsstoornissen, hechtingsstoornissen, emotionele stoornissen (angst, depressie) of concentratiestoornissen.

Er zijn echter ook factoren die de competentie positief kunnen beïnvloeden:

Protectieve factoren:
Onder protectieve factoren verstaan we aspecten in de omgeving en eigenschappen van jongeren die hen kunnen beschermen tegen de invloed van stressoren en die bepaalde uitingen van psychopathologie kunnen verzachten.
Voorbeelden van protectieve factoren in de omgeving zijn: beschikbaarheid van een behandelteam die ondersteuning kan bieden, een goede werk- en leefomgeving etc.
Voorbeelden van protectieve eigenschappen zijn: intelligentie, een gemakkelijk humeur, neiging tot autonomie, een positief zelfbeeld etc.

Samenvattend:
De interventies die worden gebruikt bij competentiegerichte hulpverlening richten zich op:
het verminderen van probleemgedrag door:

  • het vergroten van de vaardigheden
  • het verlichten of verrijken van de taken
  • het versterken van de protectieve factoren
  • het verminderen van de (invloed van) stressoren en psychopathologie


Voor meer informatie over het sociaal competentiemodel:

Slot, N.W., Spanjaard, H.J.M., (2004), Competentievergroting in de residentiele jeugdzorg, tweede druk, negende oplage, Baarn: Hbuitgevers.